Een btw-kenmerk verbergt het fiscaal nummer, het tijdvak en of het om een reguliere aangifte of een naheffing gaat. KENBAAR leest dit automatisch, direct op de pagina waar je het kenmerk tegenkomt.
Een betalingskenmerk voor omzetbelasting bestaat uit 16 cijfers. Daarin zit het fiscaal nummer van de ondernemer verwerkt, een middelcode die aangeeft dat het om btw gaat, een subnummer en het tijdvak waarover wordt aangegeven. De letter direct na het fiscaal nummer in het aanslagnummer maakt in één oogopslag duidelijk of het om een reguliere aangifte gaat (B) of om een naheffingsaanslag (F).
Het tijdvak is waar de meeste verwarring ontstaat. Een maandaangever ziet een maandnummer (01 tot en met 12), een kwartaalaangever een kwartaalcode (13 tot en met 16), en een jaaraangever de code 19. Tijdvakcode 50 is een aparte categorie: een suppletie, waarmee een eerder ingediende aangifte wordt gecorrigeerd.
Omzetbelasting en loonheffingen delen dezelfde onderliggende opbouw (dezelfde reeks middelcodes), dus jaar, subnummer en tijdvak staan bij beide op identieke posities in het kenmerk. Het enige verschil zit in de middelcode en de letter zelf. Zie ook onze pagina over betalingskenmerk loonheffingen decoderen.
De letter B staat voor een reguliere btw-aangifte. Bij een naheffingsaanslag omzetbelasting zie je in plaats daarvan de letter F.
Het tijdvak in het kenmerk geeft dit direct aan: een maandnummer (01 tot en met 12), een kwartaalcode (13 tot en met 16 voor Q1 tot en met Q4), of 19 voor een jaaraangifte.
Een suppletie corrigeert een eerder ingediende btw-aangifte. KENBAAR herkent dit automatisch aan tijdvakcode 50 en toont het als suppletie.
KENBAAR decodeert elk betalingskenmerk automatisch, direct op de pagina in Exact Online, AFAS, SnelStart, Twinfield of een pdf.